Advertenties

Swarovski producten

Website CameraNu  

SPANJE – 2008: Vogelreis op maat | door Paula van Schaik

Het reisgezelschap (vlnr): Jan en Paula van Schaik, Johan Bos en Marco Büker

Vogelreis op maat

12-daagse reis voor 3 fotografen en 1 gids, van 4 t/m 15 oktober 2008, naar Zuidwest Andalucía (Tarifa, Sierra de Grazalema, Coto de Doñana en nog wat extra’s).

Inleiding

5 jaar geleden gingen mijn man Jan en ik voor het eerst mee met dezelfde reis, naar Zuid-Spanje dus. In de jaren daarna maakten we nog 3 andere Spanje- reizen met deze orgaisatie: Extremadura (april 2004), Noord-Spanje, “van dunbekmeeuw tot lammergier” (mei 2006) en Mallorca (oktober 2006). Een vriend van ons, Marco, raakte ook enthousiast over deze manier van natuurbeleven, en ging een paar keer mee. Dit jaar besloten we gedrieën onszelf eens danig te verwennen, en een reis-op-maat te laten regelen. Wij zijn n.l. geen doorsnee vogelaars, maar natuurliefhebbers in een veel bredere zin, en we willen altijd alles vastleggen op foto en video. Dat laatste wil nog wel eens lastig zijn bij een reis met een iets groter gezelschap (ja, dan is zelfs 10 tot 14 al aan de grote kant), vooral ook omdat vogelaars meestal heel anders met de materie omgaan dan wij. Die kijken, pakken de telescoop weer op en gaan op pad naar de volgende vogel. Wij proberen een foto te maken, en dan nog een beetje naderbij te sluipen om nog een betere foto te maken, enz. enz. Vandaar dus dat we besloten om er een maatwerkreis van te maken, voor 3 fotografen en 1 gids. Die gids moest dan nog ook Johan Bos zijn, omdat die zelf natuurfotograaf is en ons daarbij goed zou kunnen helpen. We hadden al een aardig idee hoe dat in z’n werk zou gaan, want tijdens de “dunbekmeeuw”-reis hadden wij ook bij Johan in de auto gezeten.

We kozen voor de Doñana, omdat Marco er nog nooit geweest is, en wij graag nog een keer terug wilden, o.a. omdat we inmiddels beduidend betere foto- en video-apparatuur hebben. Vergeleken met de “standaard” reis verhoogden we het luxe-niveau enigszins door voor de tweede helft wat betere hotels te kiezen, een echte 4×4 te huren, en er ook een beetje cultuur in te verwerken. Tot slot verlengden we de reis met twee dagen, een extra dag in Tarifa om even een beetje te kunnen acclimatiseren, en één in El Rocío, want daar kun je alle kanten uit. Ondanks dat het accent op de fotografie lag en niet specifiek op het zien van zoveel mogelijk vogels, hebben we toch in het totaal nog 145 soorten waargenomen (die ik overigens niet allemaal ga noemen in dit verslag), geen gekke score gezien de tijd van het jaar en het feit dat we geen halsbrekende toeren hebben uitgehaald om er maar zoveel mogelijk op de lijst te krijgen.

De reis
Gewoonlijk begint een Natura Aragon-reis op het vliegveld van aankomst, maar met dit kleine groepje regelden we het zo dat we er met dezelfde vlucht heen gingen, en zo begint de reis eigenlijk al op Schiphol. De vlucht verloopt vlekkeloos, en om een uur of 11 staan we buiten de aankomsthal van het vliegveld van Málaga, in de toeterende chaos van af- en aanrijdende taxi’s, en vragen ons af waar we onze huurauto zouden moeten vinden. Het verhuurbedrijf blijkt een shuttle-busje te hebben dat klanten oppikt en naar het kantoor en de garage brengt, en rond 12 uur kunnen we vertrekken. Niet in de bestelde 4×4, maar een grote Chevrolet Captiva (als ze bij het verhuurbedrijf hadden geweten dat we van plan waren over kleine landweggetjes te gaan rijden in de Doñana hadden ze zich nog wel een keer bedacht).
Ons eerste onderkomen ligt vlak bij het stadje Tarifa, het meest zuidelijke punt van Spanje en een belangrijke plek in de vogeltrekroute. We pakken direct de tolweg om er zo snel mogelijk te komen. Vlak na de afslag “Algeciras” zie ik een grote wolk vogels in de lucht hangen. We duiken van de weg af, dit moet nader bekeken worden! Het blijkt een groep vale gieren te zijn, met nog een enkele aasgier ertussen (de meeste aasgieren zijn al in hun overwinteringsgebied in Afrika), en wat dwergarenden. Geweldig, wat een begin van onze reis!
Na aankomst in ons hotel gaan we even lekker zitten op het terras aan zee, en nemen een wat verlate lunch. Daarna besluiten we nog even te gaan kijken op het strand van Los Lances, waar we ons verbazen over de grote aantallen zwaluwen die er rondvliegen. Verder zien we geelpootmeeuwen, wat steltlopertjes, heel veel heidelibellen, wat torren en tot slot een groepje ruiters (te paard, geen leden van die vogelfamilie).

dag 2 en 3 – Tarifa, Bahía de Cádiz en walvissen
We blijven 2 dagen op deze plek, en een kijkje op het bekende vogeltelpunt van Tarifa zat wel in de planning. Maar er staat een stevige oostenwind, waardoor er vermoedelijk weinig vogels de oversteek naar Afrika zullen wagen. We gaan daarom niet naar het telpunt, maar naar een nabijgelegen bergweitje waar vaak gieren worden waargenomen. Verder gebruiken we deze locatie als uitvalsbasis voor een bezoek aan de stad Cádiz met daarbij het natuurgebied Bahía de Cádiz en tot slot een boottocht om dolfijnen en misschien walvissen te zien in de Straat van Gibraltar.

Ontbijten kan hier pas vanaf 9 uur, maar is wel de moeite van het wachten waard. Een groot glas versgeperst sinaasappelsap, keuze uit diverse soorten geroosterd brood, een heel apart tomatenprutje met heerlijke locale olijfolie, en voor wie dat te extreem is kan er ook heel gewoon boter en jam als beleg geserveerd worden. Het weer is zelfs zo goed dat we buiten kunnen ontbijten, op dat geweldige terras aan zee. Met een goede kijker kun je de pijlstormvogels en Jan van Genten op zee hun capriolen zien uithalen, en als het helder is zie je de kust van Marokko.
Na het ontbijt nemen we de goedgevulde lunchpakketten in ontvangst, en gewapend met moderne en meer traditionele navigatiemiddelen (TomTom en een goede wegenkaart) gaan we dan op pad.

Onderweg naar Cádiz zien we verbijsterende aantallen windmolens, en ook een groot “zonnepanelen-park”. De rit verloopt soepeltjes, maar eenmaal in de buurt van Cádiz blijkt het wat lastig de afslag naar het natuurgebied te vinden. Spanje werkt al jaren aan “verbeteringen” van het wegennet, maar daardoor missen we de juiste afslag en zijn we al in de stad beland voordat we er erg in hebben. We proberen het opnieuw, maar het resultaat van onze pogingen is dat we gewoon eerst maar de stad zelf gaan kijken. Cádiz is gebouwd op een landtong, de oude kern van de stad ligt helemaal aan het eind, het modernere deel op de smalle landstrook ervoor. We vinden een enorme parkeergarage, en wandelen langs de kaden van de oude stad. Op de rotsen zitten geelpootmeeuwen, er scharrelen steenlopers rond, en er leven heel wat zwerfkatten net buiten de kademuren. Ook hier vliegen veel heidelibellen. We zien het beroemde fort, maar de tijd ontbreekt ons om daar helemaal heen te lopen, want we willen toch echt dat natuurgebied in de baai vinden. Dus we stappen weer in de auto en proberen het nu vanaf deze kant, en ja hoor, met enig puzzel-werk vinden we de afslag die we moeten hebben, en even verderop ook een parkeerplaats en een observatiehut. Jammer voor ons is dat het zondag is, en dat aardig wat inwoners van de stad dit stukje uitkiezen om te wandelen en te fietsen. Geen vogel te bekennen! Maar er staan wel interessante plantjes, o.a. zee-ui (Uriginea Maritima), dat verzacht de teleurstelling. En het weggetje loopt verder, dus we rijden ook verder en dan wordt ’t plotseling heel anders! Allerlei plassen en poeltjes, en hier zitten wel interessante vogels – we zien o.a. tureluurs, kluten, lepelaars en flamingo’s. Een kleine zilverreiger is ons zeer ter wille door zich van alle kanten te laten fotograferen en filmen. De aanhouder wint; we zijn heel blij dat we zo volhardend zijn geweest. Op weg terug naar Tarifa komen we nog langs een ander interessant plekje wat Johan ons niet wil onthouden, de “kliffen” van Barbate. De kust is daar heel steil, en er ligt een mooi parasol- dennen bos net achter. We wandelen even door dat bos, proberen of we een kameleon kunnen vinden, want dat zou hier kunnen, maar we zien er geen.

De volgende ochtend besteden we aan het bergweitje. We passeren onderweg een groepje koereigers dat zich bij gebrek aan koeien ophoudt in de buurt van een stel paarden. Op het weitje worden we overvallen door een kudde ezeltjes, leuke beesten maar we moeten wel goed opletten, ze happen naar alles wat ze interessant lijkt en als je niet oppast trekken ze zo je camera uit je handen – of je lunchpakket uit de auto. In de lucht gebeuren interessante dingenen: er vliegen diverse slangenarenden over en we zien een zwarte ooievaar. Ook enkele vale gieren komen voorbij. Er scharrelen kleine vogels in de omringende struikjes, zoals roodborsttapuit en kleine zwartkop.
Na een paar uur op het weitje gaan we naar het stadje Tarifa voor de boottocht. We regelen de kaartjes en nuttigen ons lunchpakket op een knus terrasje, onder de dadel-palmen. Zwarte spreeuwen halen boven onze hoofden halsbrekende toeren uit om van de dadels te snoepen. We wandelen door de straatjes van het stadje, en zorgen ervoor dat we om half vier in de haven zijn. Eenmaal aan boord vertrekt de boot met flinke vaart om de plekken te zoeken waar de dolfijnen en walvissen zich meestal ophouden. We zien al snel Kuhls pijlstormvogels, en op een gegeven moment komen er ook werkelijk dolfijnen in het zicht, schitterend! De eerste groep bestaat uit een aantal grienden, en zoals verteld was komen ze ook uit zichzelf naar de boot toe, die stil gaat liggen zodra de groep gesignaleerd is. De boot volgt de groep voorzichtig, draait bij als dat nodig is, en zo dobber je dan een uur tussen de dolfijnen. Er verschijnen ook tuimelaars, en het ene moment komen de dolfijnen naar de boot toe, ze duiken er zelfs onderdoor, dan zwemmen ze weer een stukje verder; onvoorstelbaar dat die beesten in dat ontzettend drukke stuk zee in dergelijke aantallen leven.

Weer aan wal drinken we wat op een terrasje, en dan gaan we nog even kijken op de pier van Tarifa. Er staat een verweerd bord dat aangeeft dat zich hier de overgang bevindt tussen de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Het zonnetje begint te zakken, er zit een aalscholver in dat mooie licht op een rotspunt, er vliegen meeuwen, en ook hier leven zwerfkatten op de rotsblokken. Het is de laatste avond aan de kust, en we spoeden ons terug naar het hotel voor de fraaie zonsondergang die te zien is vanaf het terras. Tot slot volgt dan weer het gebruikelijke avondritueel, we drinken wat, vullen onze waar- nemingen van de dag in op de lijst, laten ons het diner goed smaken, en zoeken naar gekko’s terwijl we terugwandelen naar onze kamers.

dag 4 – Los Alcornocales, El Bosque en Grazalema
We zeggen de kust vaarwel, voorlopig tenminste, en gaan hoger gelegen gebieden opzoeken. TomTom wordt geprogrammeerd en de wegenkaart zo gevouwen dat de te volgen route naar El Bosque goed zichtbaar is. We rijden vandaag langs en door een enorm natuurgebied, Los Alcornocales, dat grotendeels bestaat uit een kurkeikenbos, en we zullen ook een korte wandeling maken tussen de imposante eiken. Eerst stoppen we even bij een stuwmeer waar behalve wat wilde eenden en diverse reigertjes niet veel te zien is. We rijden verder, over een “camino forestal” die duidelijk nog niet onder de verbeterwoede van de Spaanse overheid valt. We zien weer leuke kleine vogels, uiteraard de onontkoombare roodborsttapuit, maar ook veel zwaluwtjes, balancerend op een prikkeldraad omheining, kuifleeuwerikken en een mooie roodborst. Vervolgens pauzeren we op een bergpas (Puerto de Ojén). Het lijkt er eerst erg rustig, maar dan zien we toch diverse roofvogels langsscheren over de omringende toppen, waaronder weer een aantal slangenarenden. Die zijn kennelijk nog steeds in afwachting van gunstige omstandigheden om de oversteek naar Afrika te maken, en hangen tot die tijd maar wat rond in de omgeving – hemelsbreed is de kust niet erg ver weg. Ook dwerg-arenden en vale gieren zien we regelmatig. Ietsje verder stoppen we voor de wandeling, die begint met een stevig stukje dalen, richting het daar beneden kletterende stroompje. We lopen het pad af totdat we weer bij de weg uitkomen. Daar vermaken we ons even met een bidsprinkhaan, die zich op mijn schoen genesteld heeft, en zo goed te bekijken valt. We stoppen onderweg nog een paar keer, voor een kopje koffie, kijken even rond op een recreatieterrein dat ook deel uitmaakt van dat grote natuurgebied “Los Alcornocales”, en zien heel in de verte een edelhert. Tegen zessen komen we aan bij ons hotel in El Bosque, gelegen aan een riviertje met dezelfde naam. Er is vlakbij het hotel nog een wandeling te maken langs het riviertje, maar we vinden het wel mooi geweest voor vandaag; het weer is nog steeds prima en we gaan lekker rustig op het terras zitten. We vullen zoals gebruikelijk de lijst in voor we aan tafel gaan voor het diner, en na het diner maken we gebruik van de internetfaciliteiten van het hotel om wat berichtjes naar de thuisblijvers te sturen voordat we onze bedjes opzoeken. De kamers zijn overigens voortreffelijk, met ruim voldoende beweeg- en bergruimte.

dag 5 – Sierra de Grazalema
Het regent ’s nachts, maar in de ochtend is het weer droog al zijn er nog wel veel wolken. Vandaag staat een bezoek aan de Sierra de Grazalema op het programma. We gaan o.a kijken bij de “Mirador Puerto del Boyar” (1103 m) en de Puerto de Las Palomas (1357 m). Dat blijkt een voltreffer te zijn; we krijgen havikarenden in beeld. Dat is altijd een heel gezoek, en soms tevergeefs, maar deze keer komen ze zomaar om de hoek van de berg. En het wordt nog mooier, want als we een beter plekje opzoeken om goed om die hoek te kunnen kijken zien we ook een prachtige steenarend. Wat die precies probeert te doen kunnen we niet zien, maar hij/zij vliegt een aantal malen op een bepaald plekje op de berghelling aan, lijkt iets te willen pakken of er te gaan zitten, laat zich weer vallen en probeert het dan nog een keer. Spectaculair. Er landen ook verschillende vale gieren, kortom, we zijn daar precies op het juiste moment. We rijden nog wat weggetjes en stoppen diverse malen, en zien o.a. ook alpenkraaien, torenvalk, kleine torenvalk, havik en een mooie Spaanse muurhagedis. Het was weer een mooie dag.

dag 6 – Jerez de la Frontera, Brazo del Este en El Rocio
We gaan de bergen weer verlaten, vandaag verplaatsen we ons naar El Rocío, waar we 4 dagen zullen blijven. Dat betekent aardig wat kilometers rijden, dus we ontbijten bijtijds en om kwart over 9 rijden we weg. Eén van de aanpassingen aan de “standaard”reis is dat we via Jerez de la Frontera zullen rijden; als sherry liefhebbers leek het ons leuk daar een koffiepauze te doen – het is nog wat vroeg voor sherry. Na de koffie rijden we door naar dat andere sherry-plaatsje, Sanlúcar de Barrameda (hier komt de manzanilla vandaan), aan de monding van de Guadalquivir. We stoppen niet voor de manzanilla, maar proberen zo snel mogelijk bij de riviermonding te komen, want waar zout en zoet water elkaar treffen gebeurt meestal van alles. We pauzeren even op het strand, waar we voornamelijk meeuwen zien (kleine mantel-, kok- en geelpoot-). We vervolgen onze route door over kleine binnenweggetjes langs de rivier noordwaarts te rijden, en passeren daar al diverse natuurgebieden die deel uitmaken van de Coto de Doñana. La Algaida is de eerste, waar we een mooie visarend zien overvliegen. Verder langs de rivier is er van alles te zien, o.a. dodaars, flamingo’s, koereigers in een boom, een enkele purperkoet, kiekendieven. We vorderen niet erg snel, mede doordat het wegdek niet erg best is. We kijken nog even in een ander natuurgebied, Brazo del Este (letterlijk vertaald “oostelijke arm”). Het is inmiddels al vrij laat, en erg veel valt er niet te zien, dus we besluiten weg te gaan en pakken de route weer op. Nu komen we snel weer een beetje in de bewoonde wereld, waar we dankbaar gebruik van maken door in “Los Palacios y Villafranca” een koffiepauze in te lassen. Daarna hebben we dan weer zo’n fraaie vernieuwde weg van de “Red de Carreteras de Andalucía” (wegennet van Andalucía) te pakken en gaan we richting Sevilla, waar we de Guadalquivir oversteken. Het is inmiddels half acht, de files bij Sevilla vallen mee en dan kunnen we de laatste kilometers naar El Rocío afleggen. Als we tegen negenen zijn aangekomen blijkt het restaurant dat bij het hotel hoort nog volop in bedrijf, en we drinken eerst even wat op het terras. De lijst invullen valt niet mee, de terrasverlichting leent zich daar niet echt voor. Het was een lange dag, en we hebben erg veel gezien – bijna 50 soorten staan er op de lijst, vooral het waargenomen aantal roofvogel- en eendensoorten is flink toegenomen. Dan eten we nog even gauw, en zo is het rond middernacht als we onze kamers opzoeken.

dag 7, 8 en 9 – El Acebuche, La Rocina, El Acebrón en Antonio Valverde
Van de 4 dagen dat we hier verblijven, zullen we er 3 besteden aan het bekijken van alle aspecten van het natuurgebied Coto de Doñana. Een dag gaan we met een locale gids op pad, want deze locale gidsen hebben toestemming om in delen van het park te komen waar je als “loslopende” bezoeker niet in mag. Verder gaan we naar de aanwezige bezoekerscentra El Acebuche, La Rocina, El Acebrón en Antonio Valverde, elk met z’n eigen specialiteit. Afhankelijk van het weer, en wat er te zien valt, kunnen we het programma aanpassen. En we willen natuurlijk ook wat tijd besteden aan het dorpje El Rocío zelf. De vierde dag gaan we iets heel anders doen. De dag met de gids begint wat moeizaam. Wel zien we al snel een edelhert, en de gids maakt ons attent op een steenuiltje dat op een stel boomstronken zit (die stronken liggen daar om de konijnen een beetje bescherming te geven). Ook loopt er een groepje rode patrijzen op de weg. Maar dan komt er een verrassing: er zit een Spaanse keizerarend in een veld op de grond een prooi te verorberen. Dat is toch wel bijzonder, we zijn altijd al heel blij als we een in de lucht zwevende Spaanse keizerarend zien, maar zittend op de grond met een prooi is veel leuker. Het beest blijft dan tenminste geruime tijd zitten, en we kunnen hem door de telescoop goed bekijken. Het is tamelijk ver weg, maar met de aanwezige telelenzen proberen we toch de vogel vast te leggen.
Er staat niet erg veel water in de moerassen, en we zien betrekkelijk weinig vogels, behalve als je dan op een plek komt waar wel water is (o.a steltkluten, flamingo, bruine kiekendief). Het bezoekerscentrum Antonio Valverde (waar het in het voorjaar gonst van het leven, broedende reigers van elke soort die je maar bedenken kunt, zwarte ibis, jonge meerkoeten, dodaars) levert ook niets leuks op, zelfs geen kopje koffie, al is het wel handig dat we even van de sanitaire voorzieningen gebruik kunnen maken. En dus rijden we weer verder. Al met al leggen we vandaag heel wat kilometers af, rijden langs rijstvelden waar druk geoogst wordt, en sprokkelen zo toch ook de nodige interessante waarnemingen bij elkaar zoals een grote zilverreiger en zelfs een purperreiger, gewone en zwarte ooievaars, ibissen, marmereend, slobeend, bruine, blauwe en grauwe kiekendief, rode wouw, witbuikzandhoen, ijsvogel, en allerlei steltlopers die ik hier niet allemaal ga opsommen.

’s Nachts is het gruwelijk weer, bliksem, stortregens! We hadden op de Spaanse tv al wel gezien dat er wateroverlast was in het oosten van het land, en dat het langzaam onze kant uit kwam, maar nu is het er dan! Tjonge, wat gaat het tekeer. Als het rond 8 uur een beetje licht begint te worden, terwijl het nog steeds plenst, kunnen we de situatie wat beter bekijken. Het water stroomt met gang langs het hotel naar het Doñana moeras, wat dat betreft is El Rocío uniek met z’n ongeplaveide straten, ze veranderen in kleine stroompjes en het water verdwijnt met gezwinde spoed. Geen ondergelopen kelders of parkeergarages, alleen maar wat diepere geulen in de straat.

Blauwe ekster
Als het droog geworden is gaan we naar bezoekerscenrtum El Acebuche, waar we blauwe eksters hopen te zien. De weg naar Matalascañas is tegenwoordig aan beide kanten afgezet met een hek, ter bescherming van de lynx, maar nu kunnen ze helemaal nergens meer heen en wordt de kans op het handhaven van een gezonde populatie wel erg klein. Een buizerd maakt wel dankbaar gebruik van het hek als uitkijkpost. Aangekomen bij het bezoekerscentrum lopen we eerst over de mooie houten wandelpaden naar de diverse observatiehutten. Er is dankzij de regen van vanochtend wel meer water, maar erg veel leven nemen we niet waar. Wel zien we wilde zwijnen lopen, terwijl het weer langzaam beter wordt. We zoeken de picknicktafels bij de parkeerplaats op om onze lunch te gebruiken, in de hoop dat de eksters zich van dichtbij zullen laten zien. Maar eerst komt er een hop, die rustig op de grond naar voedsel aan het zoeken is. Geweldig, nog nooit hebben we een hop zo goed kunnen bekijken en fotograferen. Om de blauwe eksters te lokken gaan we toch maar weer over tot de fruit- truc; we werpen een appelklokhuis op een mooi plekje. Even geduld hebben, maar dan komen ze toch echt, en zo levert dit bezoekerscentrum de verwachte beelden op.

Vlak bij El Rocío zijn nog 2 centra, La Rocina (genoemd naar het riviertje dat hier stroomt en van deze kant de moerassen voedt), en El Acebrón, een voormalig paleis. Dat paleis vinden we niet zo boeiend, maar er ligt een mooi bosgebied omheen waar we een wandeling gaan maken. Het weer is nog niet erg stabiel, en we krijgen een stevige bui te verduren. Maar zoals Hollanders betaamt zijn we daar tegen gewapend. We zitten het ergste even uit onder een afdakje, en daarna lopen we verder door het kletsnatte, maar wel erg mooie bos. Johan stelt voor om, nu er meer water beschikbaar is dan toen we met locale gids op pad waren, de moerassen van de Doñana opnieuw te gaan bezoeken. Dat vinden we geen slecht plan, dus zo gezegd zo gedaan. Het is zeker de moeite waard, door de verhoogde waterstand zijn er veel meer vogels te zien, en wat werkelijk ongelooflijk is zijn de enorme aantallen ooievaars, duizenden! Na een aantal kilometers gereden te hebben op een glad blubberweggetje keren we om en gaan terug naar El Rocío. Onderweg krijgen we nog een geweldige bui, maar we zitten droog en rijden er keurig onderdoor. We stoppen weer bij La Rocina, waarvandaan Marco en ik terug lopen naar het hotel, terwijl Johan en Jan daar even een kijkje nemen bij een plasje waar we vanochtend niet zijn geweest.

Marco en ik hebben een leuke wandeling. Het kerkje van El Rocío is over het water heen erg fotogeniek, we “vangen” ook nog een klapekster die niets vermoedend op een draadje zit, en als we dichter bij het kerkje komen belanden we in de echte zondagsdrukte. Er is daar dan van alles te doen, mooi opgetuigde paarden trekken koetsjes, er zijn trouwerijen in de kerk, op de straathoek worden kastanjes gepoft, El Rocío leeft op zondag. We komen tegelijk met Jan en Johan aan bij het hotel, waar we even wat drinken op het terras terwijl we de waarnemingen van vandaag weer optekenen op de soortenlijst.

De extra dag, waar Johan iets leuks voor heeft bedacht. Vlak bij de stad Huelva ligt een natuurgebied, marismas del Odiel, nieuw voor ons allemaal. We rijden weer richting Matalascañas, en dan langs de kust naar de stad Huelva. We moeten even door de stad, en vinden met een fikse dosis geluk het gezochte Parque Natural. Dat is verrassend aangenaam, al moet je er wel voor zorgen dat je met je rug richting de stad blijft staan anders zie je de lelijke bouwsels van een industrieel- en havengebied. We zien veel steltlopertjes, wulp, grutto, groenpootruiter, en diverse plevieren waaronder een zilverplevier. In de drooggevallen blubber (het is laag water) zien we leuke krabbetjes scharrelen, het lijken wenkkrabben met één grote schaar. Ze zijn zeer alert, als je even te snel beweegt schieten ze weg hun holletjes in. We krijgen ook de gelegenheid een tapuit die rustig op een boomstronk zit te fotograferen, we rijden een heel eind over de pier waar we scholeksters ontdekken, en dan keren we om en rijden terug richting de stad. Voor we dit gebied verlaten stoppen we nog even om met de telescoop over het water te kijken, want we missen nog steeds een soort die we toch graag wel willen zien, de dunbekmeeuw. En verdraaid, er zit er een tussen de overige meeuwen. Wat we daar ook waarnemen is een geringde lepelaar, en met behulp van de telescoop ontcijferen we de gegevens. Ik heb altiijd te doen met zo’n beest met al die dingen aan z’n poten, maar liefst 3 stuks heeft deze om elk bovenbeen. Johan heeft hem gemeld bij de lepelaarwerkgroep die erg blij was met de informatie en het blijkt een jonge vogel te zijn, dit voorjaar geringd op Terschelling. Dat we die nu spotten al helemaal in Zuid-Spanje; kijk, dat vind ik dan toch wel weer heel leuk.
Voordat we teruggaan naar El Rocío bezoeken we nog even een speciaal plekje aan de kust, waar kameleons voor zouden komen. Onze speurtocht levert geen kameleon op, maar wel een fraaie Algerijnse zandloper. Tegen 7 uur zijn we terug in het hotel, en na het diner nemen we nog even een afzakkertje op het terras, dit is de laatste avond hier.

dag 11 – Antequerra
Na het ontbijt pakken we de bagage in de kofferbak; we gaan naar Antequera. Voor we uit El Rocío vertrekken beklimmen we nog even het uitkijkpostje naast het hotel voor een laatste blik over het moeras. We krijgen een geweldige vliegshow van de flamingo’s te zien. Ze worden wat onrustig van een overvliegende helikopter, en vliegen heen en weer over de plas. Een schitterend gezicht.
Rond 11 uur verlaten we El Rocío en rijden naar de Laguna de Fuente de Piedra. We kijken over de plas waar de flamingokolonie moet zijn. Ze zijn erg ver weg, helaas, maar we hebben deze reis gelukkig al heel veel flamingo’s goed kunnen bekijken dus onze teleurstelling valt wel mee. Jan ontdekt een mooie parelhagedis. Er zijn nog wat andere, kleinere plasjes waar observatiehutten staan, en dan krijgen we toch nog wel wat leuks te zien, zoals een witkopeend, en ook meerkoeten, waterhoentjes, kluten en steltkluten, wilde -, slob- en tafeleenden, en tot onze verrassing een heleboel konijntjes. En we zien ook een mooie wintertaling, dus dat valt al met al helemaal niet tegen. We rijden om het meer heen, richting Campillos, want daar zijn ook wat natuurgebiedjes, zoals b.v het Laguna Dulce. Er is een mooie observatiehut, maar er valt weinig te observeren, het is droog, en we zien alleen maar meer konijnen. Dan vervolgen we onze reis naar Antequera, waar we in een hotel midden in het oude stadje zullen overnachten – één van de luxe-aanpassingen aan deze reis. We arriveren om een uur of 7 in het hotel, waar we een glas wijn in de bar drinken voordat we naar het restaurant wandelen waar we willen gaan eten, en zo besluiten we wederom een mooie dag.

dag 12 – El Torcal De laatste dag. We vliegen pas om 20.00 uur terug, met opzet zo geregeld zodat we El Torcal nog kunnen bezoeken. Rond 10 uur verlaten we het hotel, en gaan eerst op zoek naar het wolvenpark waar de baas van het restaurant gisteravond ons over vertelde. Dat blijkt tegen te vallen, en na er wat fris gedronkente hebben gaan we naar El Torcal. Dat is een heel apart gebied met geweldig indrukwekkende rotsformaties, leuke plantjes, o.a. weer colchiums, veel zwarte roodstaarten, en zoals gehoopt steenbokken! En we zien nog één nieuwe soort, de roodkopklauwier brengt het totaal aantal waargenomen vogelsoorten tijdens deze reis op 145.
Maar aan alles komt een eind, en we moeten naar het vliegveld van Málaga om onze vlucht naar Amsterdam te kunnen pakken. Dus we rijden de laatste kilometers, leveren de huurauto in en om 17 uur staan we in de rij bij de incheckbalie. Dan begint het bekende wachten, inchecken, weer wachten, veiligheidscontrole waarbij Johan z’n schoenen moet uittrekken, even snel wat inkopen doen, en dan weer wachten. Maar de vlucht heeft geen vertraging, en we landen keurig op tijd op Schiphol, waar we hartelijk afscheid nemen van onze gids.

Wij mogen voor de verandering nog weer even wachten – onze taxi zit in een politiefuik.

Samenvatting
Het was een bijzonder geslaagde reis, die wat mij betreft volledig aan de (redelijk hoog- gespannen) verwachtingen heeft voldaan.
We hebben vreselijk geboft met het weer. Dat heb je natuurlijk niet in de hand, maar het is wel ongelooflijk zoals we door het oog van de naald zijn gekropen. Veel wateroverlast in de provincies Málaga en Sevilla, waar we toch waren, maar ons trof slechts een enkele bui. Verder was het prachtig, we hebben zowaar nog buiten ontbeten en konden overal een terrasje pakken voor een wijntje of een kopje koffie. Zelfs de broekspijpen werden afgeritst.
Het was ook erg gezellig, en de tafelgesprekken beperkten zich beslist niet tot vogels en natuur; ondanks de geringe grootte van de groep passeerden allerlei onderwerpen de revue, ter leringh ende vermaeck.
De gids heeft zich uitstekend gekweten van z’n taak; hij bracht ons naar mooie plekjes waar veel te zien was, gaf tips om het herkennen van de vogels makkelijker te maken, en we hebben ook veel plezier gehad van z’n kundigheid in het “besluipen” van vogels met de auto, die daardoor in een soort rijdende schuihut veranderde.
De onderkomens waren stuk voor stuk prima; ze krijgen van mij allemaal een dikke voldoende. Bij de ene was de kamer super (El Bosque), bij een ander waren het ontbijt en de lunchpakketten boven gemiddeld (Tarifa), om nog maar te zwijgen over de ligging. Het hotel in El Rocío was in elk geval een enorme verbetering t.o.v. het pension waar we de vorige keer logeerden, en of het daar beter zou kunnen waag ik te betwijfelen. Het is en blijft een apart oord met geheel eigen standaarden. Het hotel in Antequera vond ik heel aangenaam en professioneel, met vriendelijk personeel.
De waarnemingen mochten er ook zijn. Niet alleen qua aantal soorten, maar ook hoe goed we alles konden zien. Zoals b.v. de hop, de enorme aantallen ooievaars, gewone zowel als zwarte, het steenuiltje, de zilver- en koereigers, diverse tapuiten, plevieren en allerlei andere steltlopers, dodaars, rode wouw, bruine kiekendief, heel veel flamingo’s, ook vlak bij ons hotel, diverse hagedissen en zo af en toe een vlinder.
Daarnaast kwamen we natuulijk ook nog heel veel andere soorten tegen, waaronder rode patrijs, witbuikzandhoen, havikarend, steenarend en Spaanse keizerarend, en dan ook nog wild zwijn, damhert en edelhert, al waren die allemaal wat verder weg en minder goed te fotograferen.
Tot slot moet ik natuurlijk ook de boottocht voor de dolfijnen noemen, dat was super, mede dankzij de Kuhls pijlstormvogels (de overige passagiers begrepen onze opwinding niet, maar ach, het zij ze vergeven).

Kortom: een geweldige reis waar ik nog vaak met heel veel plezier aan terug zal denken.

Paula van Schaik