Advertenties

Swarovski producten

Website CameraNu  

ROEMENIË – 2010: Karpaten & Donaudelta | door alle deelnemers

verslag van een achtdaagse vogelreis (door alle deelnemers)

2 t/m 9 mei 2010

Reisleider: Lieuwe van Welie

Deelnemers: Ofra Carmi, Willy Sjaarda, Hildy Tjeertes-Merghart, Peter Tjeertes, Lilian van Dijk-Hakkers, Albert van Dijk, Piet Zuidhof, André Sikkema, Anne Heeringa, Erwin Reinstra

Zondag 2 mei: reizen van Amsterdam naar Zarnesti in de Karpaten
(door Lieuwe van Welie)

Ik heb het voorrecht om voor de tweede keer deze reis naar het vogelrijke Roemenië te mogen begeleiden. Maar voordat we de verrekijkers kunnen gaan gebruiken moeten we daar eerst nog zien te komen. Op het drukke Schiphol lopen de tien deelnemers rond… uiteindelijk vinden we elkaar bij de gate. Na een voorspoedige vlucht worden we op het vliegveld van Boekarest opgewacht door onze lokale partner George en chauffeur Mirca.

De eerste anderhalf uur rijden levert nog weinig op. We rijden met een busje en een auto. Via een walky-talky houden we contact, maar veel verder dan ‘een Ooievaar op rechts’ komen we niet. We stoppen onderweg in het dorp Sinaia, waar een fraai paleis van de voormalige koning staat. We wandelen door het park bij het kasteel, en nu krijgen we wel vogels te zien en te horen. Een Grote Gele Kwikstaart vliegt voor ons uit, overal roepen Zwarte Mezen en Vinken. André ontdekt een zingende Waterspreeuw (zijn eerste nieuwe soort!), en even later een tweede exemplaar wat een fraaie show geeft als hij onder water aan het foerageren is. We zien Boomklevers, Taigaboomkruipers en horen een Kleine Vliegenvanger zingen. Een zeer donkere Eekhoorn laat zich erg mooi zien. Als we terug lopen naar de bus, passeren we een hele serie kraampjes, waar plastic kwaliteitsproducten worden verkocht. Na weer een uur rijden (we zien Paapje en Grauwe Klauwier) komen we aan in Pension Elena in Zarnesti. Als welkomsdrankje krijgen we een sterke borrel met de naam “Dracula’s Tears’. Na ons eerste diner nemen we het programma voor de komende week door, en wordt de eerste lijst voor de eerste dag ingevuld: totaal 40 soorten, en daar zal nog heel wat bij komen.

Maandag 3 mei: wandeling door de Kloof van Zarnesti, barbeque in de berghut van Gigi, ’s avonds beren kijken
(door Anne Heeringa)

Na een goede nachtrust in pension Elena van Gigi Pete gingen we om acht uur aan het ontbijt. Dit was prima. Maar wat bleek Ofra was niet aanwezig. Volgens haar kamergenote Willy was ze om 6 uur begonnen met het verkennen van de omgeving. In de groep begonnen we ongerust te maken dat ze misschien verdwaald was. Lieuwe onze reisleider was alvast begonnen om het  lunchpakket te maken. Gelukkig kwam ze om halfnegen binnen lopen. Sorry!! We zouden deze dag de kloof van Zarnesti lopen en ’s middags naar een open vlakte in een nationaal park. Maar voor dat we om negen uur weggebracht zouden worden eerst wat geld pinnen en water kopen in het dorp. Toen met de bus naar de kloof over zeer slechte wegen. Bij de slagboom aangekomen gingen we te voet verder. Het was indrukwekkend om hier te wandelen. Tijdens het wandelen vogels spotten en kijken naar bloemen en vlinders. Na ongeveer 2 uur wandelen kwamen we bij een bruggetje waar een gedenkteken stond. Mensen kijk tijdens het rusten goed om je heen want hier kunnen we de rotskruiper vinden.
Nu eerst iets over het gedenkteken. De legende vertelt dat tijdens slecht weer een jong stel zat te schuilen onder de brug en toen zijn overvallen door een vloedgolf en zijn later teruggevonden in het dorp. Een triest verhaal. Mensen we gaan terug naar de bus. De woorden waren nog niet koud of Erwin riep kijk daar zit de rotskruiper. Waar? Waar? Na de nodige aanwijzingen had iedereen ze gezien. Mooi, geweldig, wat mooi. De kreten waren niet van de lucht. Het waren een mannetje en een vrouwtje. Onze dag kon niet meer stuk.

De bus bracht ons naar de open vlakte waar we eerst ons broodje gingen eten. Weinig rust tijdens de lunch. Vlak bij ons een poeltje waarin kikkervisjes zaten dacht men. Maar het bleken jonge geelbuikpadjes, wat Lieuwe heeft laten zien door er een te vangen. Na het wandelen over de vlakte, richting het buitenverblijf van Gigi waar we gingen barbequen, heel veel planten en vlinders gevonden. Daar aangekomen werden we verwelkomd met een drankje ‘vuurwater’. Erg lekker.
De tafels waren mooi gedekt. De geur van het vlees en de worstje op de barbeque zorgden voor de nodige trek. Het gezelschap en het mooie weer en niet te vergeten het gitaarspel van Lieuwe met zang van Liane maakte het geheel compleet. Wat kan een mens nog meer wensen.

Er blijft altijd wat te wensen over. En dat was het zien van de wilde bruine beren. Dus na het heerlijke eten en de lekkere wijn met de bus de bergen in. Op naar een schuilhut met een plaatselijke gids. Daar aangekomen afwachten, kijken, afwachten en kijken. Het begon al te schemeren maar nog geen beren. Zullen we maar opstappen of nog even wachten.? Laten we maar gaan. Kijk, riep Lieuwe opeens, een beer met een jong. Daarna nog drie. Wat een geweldige beesten. Voordat het te donker zou worden lopend terug naar de bus en op naar het pension voor de nacht.

Wat een geweldige dag. Met zoveel indrukken is het goed slapen. Welterusten en tot morgen.

Dinsdag 4 mei: rijden naar de Donau Delta, met stops bij Balta Alba en Macin Mountains
(door Bert van Dijk) Na een welverdiende nachtrust ontmoeten wij elkaar weer aan de ontbijttafel.

De meeste reisgenoten hadden goed geslapen, en de meesten waren ook al klaar met het inpakken van de koffers, voor de lange bustocht die wij deze dag te gaan hebben naar de opstapplaats van het schip, die ons door de Donau delta gaat vervoeren. Bij vertrek uit het pension, werden we hartelijk uitgezwaaid door Gigi en zijn voortreffelijke personeel. Voor we het dorp verlieten, hadden we weer enkele flessen water ingeslagen. Gisteren moesten we geld wisselen, de andere konden buiten pinnen, maar wij gingen naar de balie in de hal. We moesten het paspoort laten zien, en dit werd gekopieerd. Ik kreeg er een beetje een dubbel gevoel bij, maar na een tijdje lukte de transactie toch.

Na overdracht van enkele flessen water, nodig doordat het al flink warm geweest was de afgelopen dagen, reden we het dorp uit. Een mooi en soms leeg landschap trok aan ons oog voorbij. Ook het rijden door de dorpen is een ware belevenis, dan weer mooie huizen, dan weer krotten, en dit staat probleemloos naast elkaar. Foto’s maken tijdens de busrit blijft toch moeilijk, dit mede door de staat van het wegdek maakt het niet gemakkelijk, maar gelukkig staat e.e.a. op het netvlies gebrand. Links en rechts werden er al weer enkele (nieuwe) soorten gemeld.
De kortste weg was blijkbaar over een rivier, de overtocht was een ware sensatie, het was passen en meten, en bij het varen van de pont stak de bus nog een halve meter boven water uit.

Na enige uren werd er meestal even gestopt, voor busbrandstof, koffie, toiletstop, en natuurlijk vogelen bij de parkeerplaats. Na dit gingen we weer de weg op, en verder met het bewonderen van de Roemeense samenleving.

De eerste echte vogelstop deze dag was een zoutmeer, waar wij veel verschillende watervogels konden ontmoeten. Tijdens het lopen naar de waterrand was het erg warm, op de grond waren enkele witte plekken te zien, waar het zout uit de grond trad. Ook een schaapherder met kudde, was aanwezig op de kwelderachtige bodem langs het water. Hier werden de eerste steltlopers gezien. Na weer vertrokken te zijn, konden we aan de linker kant van de bus, getuigen zijn van een Roemeense dorpsbegrafenis, de overleden persoon werd zonder kist, op een boerenwagen gelegd en naar het kerkhof gereden. Na c.a. 45 minuten vertrek van de bus, meldde Willy, dat haar camera waarschijnlijk nog bij de laatste plasplek lag, en moesten we de rit van het zoutmeer nog een keer doen, kennelijk kon dit de groep geestelijk wel aan, want je hoorde geen geklaag.

Na enkele uren rijden was de volgende stop het Macin-gebergte, waar we een Siesel nieuwsgierig boven het gras zagen kijken. Een van zijn familieleden was deze dag minder gelukkig, die zagen we later in de klauwen van een Arendbuizerd naar de bergen vertrekken. Enkele hoogtepunten van deze tocht waren voor mij het mooie vliegbeeld van de Schreeuwarend en de het kunnen maken van meerdere prachtige foto’s van een Balkansperwer.

Ook nu weer vervolgden wij onze bustocht richting delta. Na vele uren rijden, zagen we de eerste echte grote waterplassen, we moesten nu toch wel bijna in de buurt van de opstapplaats van het schip komen. Wij zagen nog een groot aantal Roodpootvalken over de bus trekken bij het vallen van de avond. En na een tijdje rijden kwamen we bij de haven, waar de sleepboot op ons wacht. Vele handen namen snel de koffers aan boord en we vertrokken in het donker naar de hotelboot.

Hier aangekomen, maakte we kennis met het personeel van de boot, en gingen snel aan tafel voor het diner. Hierna nog even de lijst van deze dag bijwerken. Hier kwamen deze dag veel nieuwe soorten bij, en na afloop gingen de meeste van het gezelschap snel naar bed, ieder van ons kon terugkijken op een mooie vogeldag en viel waarschijnlijk na deze extra lange bustocht snel in slaap.

Woensdag 5 mei: varen naar Sfantu Gheorghe, wandelen naar de Zwarte Zee
(door Erwin Reinstra)

Na de overnachting, welke voorzien was van een gratis koor van boomkikker, roodbuikvuurpad en noordse nachtegaal, staat vandaag de eerste volle dag in de Donaudelta op het programma. Met de hotelboot wordt de koers oostwaarts ingezet. Via één van de hoofdarmen van de Donau in de delta varen we richting het plaatsje Sfantu Gheorghe, gelegen vlakbij de Zwarte Zee.

Voor de afvaart en het ontbijt genieten enkelen al van hetgeen zoal over de boot heen komt vliegen. Dit levert naast bijna alle reigersoorten ook lepelaars, zwarte ibissen, witoog- en krooneenden, boom- en roodpootvalken, dwergaalscholvers en kroeskop- en roze pelikanen op. In de meeste gevallen soorten die we gedurende ons verblijf in de delta nog veel meer, vaker en mooier zullen zien.

Na het ontbijt vertrekken we en doen wij al staande, zittende of zelfs liggende op het dek, behalve actief vogelen en genieten, verder niet zoveel. Dit maatschappelijk nuttig bezig zijn en afzien zal de gehele vaart voortduren. Al varende ontdekken we de overweldigende natuur in de Donaudelta, bestaande uit uitgestrekte moeraslandschappen met al wat daarbij hoort. Op de oeverwallen direct langs de Donau(arm) is veelal sprake van een smalle strook bos met voornamelijk wilg en populier en her en der els, eik en struikgewas, waaronder tamarisk. Van hieruit zijn constant gekraagde roodstaarten, wielewalen en noordse nachtegalen te horen en ook grijskopspechten laten zich veelvuldig horen en soms prachtig bekijken. Ook withalsvliegenvanger, buidelmezen (regelmatig te horen, maar laten zich nooit zien) en zwarte specht zijn aanwezig. Achter het bos bevinden zich uitgestrekte rietvelden en her en der meren. Het rietland is het domein van bruine kiekendief, grote karekiet en snor en in mindere mate (vastgesteld) baardmannetje, rietgors, kleine karekiet en rietzanger.

Steile, kale oevers bieden een ideaal habitat en nestgelegenheid aan oeverzwaluwen, ijsvogels en bijeneters. De talrijke scharrelaars, waar, en dit is geheel objectief vastgesteld, inderdaad geen genoeg van te krijgen is, voegen nog eens extra toe aan deze kleurenpracht. Vooral aan het begin van de vaart is het wateroppervlakte verder werkelijk bezaaid met sterns; zowel visdieven, zwarte sterns, witwangsterns en witvleugelsterns manoeuvreren als muggen rondom de boot en ons over het water. Onderweg vliegen ook nog eens drie zeearenden en een arendbuizerd over, de laatste waarschijnlijk nog een vogel op doortrek. Ook zwemt er een ringslang (variëteit persa) langs.

Naarmate we de Zwarte Zee dichter naderden nemen de hoeveelheden ‘grote meeuwen’, bijna allemaal Pontische meeuwen, toe en dit levert ook de eerste reuzenzwartkopmeeuw op. Deze was werkelijk prachtig te zien voor iedereen, behalve voor één onnozele reisdeelnemer die het nodig vond juist op dit moment het toilet met een bezoek te vereren (ik noem geen namen, maar de schrijver van dit stuk kan zich dit het beste heugen…).

Aangekomen en aangemeerd in Sfantu Gheorghe maken we na een uitmuntende maaltijd in de middag een wandeling richting de Zwarte Zee. Na door het dorpje gelopen te zijn (met ringslang en tapuit als bonus) bereiken we eerst een lager gelegen moerasachtige zone achter de duinen. Door de erg hoge waterstand van de Donau blijkt dat we een groot deel van deze tocht wadend af dienen te leggen. Enkele volhardende reisgenoten proberen het toch met de schoenen aan te halen, dit met de nodige natte schoenen e.d. tot gevolg. Onderwijl dit avontuur moet er natuurlijk wel gevogeld worden, wat wonderwel lukt. De tocht door het water levert namelijk reuzensterns, dunbekmeeuwen, Balkankwikstaart, zomertalingen en vele soorten steltlopers op.

De duinen langs de Zwarte Zee brachten hogere en dus drogere omstandigheden. En eenmaal op het strand wordt orde op zaken gesteld op schoeiselgebied en wordt de opgelopen schade opgenomen. Ondertussen zitten de vogels natuurlijk niet stil en komt er een prachtige reuzenzwartkopmeeuw voorbij (ditmaal echt voor iedereen te zien), even later nog gevolgd door twee zwartkopmeeuwen van normaal formaat, grote sterns, lachsterns, dwergmeeuwen en nog enkele dunbekmeeuwen. Ook baltsten de kleine plevieren er hier lustig op los. Vervolgens lopen we zuidwaarts naar de monding van de Donau. Onderweg zien we nog een prachtige foeragerende reuzenstern, steenloper, drieteenstrandloper en roze pelikanen en verder een groene kikker en roodbuikvuurpad in zee (de zee is hier als gevolg van de delta overigens bijna volledig zoet). Piet ziet, al kijkende naar de pelikanen, nog een bruinvis langskomen. Aangekomen bij de mondig werden we met kleine bootjes weer teruggebracht naar de hotelboot. Daar ziet Lieuwe nog een poelruiter voorbij vliegen.

Op de boot sluiten we deze enerverende eerste dag in de Donaudelta voldaan af met (alweer) een heerlijke maaltijd.

Donderdag 6 mei: varen naar schiereilend ‘Sacalina mare’, lunch in Sfânta Gheorghe, late middagwandeling en dorpsfeest
(door Willy Sjaarda)

Na wederom een stevig ontbijt gingen we met kleine motorbootjes op weg naar het schiereiland Sachalin. Een prachtige plek voor een mooie wandeling met kans op o.a. steltlopers, roofvogels en roze pelikanen. Het was prachtig weer, een heerlijk zonnetje, zachte bries en zo’n 20 à 22 graden. Onderweg zagen we al een groep roze pelikanen sierlijk door de lucht zweven. Verder werden enkele kwakken door ons opgeschrikt, scheerde een boomvalk voorbij en vlogen diverse witwangsterns door de lucht. Het water richting het schiereiland was ondiep, zodat we niet tot aan het vaste land konden varen.

Ik zat in het laatste bootje en we moesten wachten tot George – gestoken in een ‘lieslaarzenpak‘ – ons uit de blubber waarin we waren blijven steken kwam trekken. Eénmaal op het eiland aangekomen bleken we een jakhals misgelopen te zijn! Ofra had hem als eerste ontdekt, op dat moment nog denkend dat ze een grote hond zag. Rustig wandelend langs het strand van de Zwarte Zee gingen we op pad. Een bruine kiek vloog over en even verder op zagen we een groepje steltlopers foerageren. Met de telescoop ontdekten we dat het ging om zilverplevieren, bonte-, krombek- en kleine strandlopers en enkele steenlopers. Kleine plevieren trippelen voorbij, grote sterns hingen in de wind en natuurlijk, daar had je ze; een grote groep roze pelikanen gemoedelijk bijéén. Na ze uitgebreid op de foto en film vastgelegd te hebben aanvaarden we de terugtocht. ‘Pling, pling’ hoorde ik, baardmannetjes, maar ze zien lukte me niet, totdat ik even achterbleef voor een sanitaire stop. En ja hoor, daar zag ik een fiere baardman tussen het riet. Intussen was de groep al bijna weer bij de bootjes, dus even doorstappen. Aldaar aangekomen, aan het eind van de wandeling werden we nog getrakteerd op een grauwe klauwier, enkele gele kwikken en een kleine klapekster. Heel mooi!

Intussen liep het tegen half twee en was het tijd voor de lunch. Vandaag was het een bijzondere dag, want we gingen lunchen in het dorp Sfântu Gheorghe samen met de dorpsbewoners. Het dorp is in de 19e eeuw gesticht door Oekraïners die zich toen van ‘de Russen’ hebben bevrijd. Elk jaar wordt het zoveeljarig bestaan van het dorp op 6 mei gevierd. Alle dorpsbewoners en hun familie en vrienden komen bij elkaar voor een gezamenlijke lunch aan lange tafels op het plein in het dorp. En wij konden aanschuiven voor soep in afwasteiltjes, schalen vlees en vis, brood, bier en wodka! Heel gezellig en lekker. Een erg leuke ervaring. Na afloop wandelden we terug naar de boot om vervolgens na een poosje relaxen te beginnen aan ons laatste onderdeel van het dagprogramma; een avondwandeling langs het dijkje met zicht op een soort plas-dras-gebied.
Prachtige wandeling met een mooie lage zon! Veel gezien. O.a. kluut, steltkluut, witoogeend, geoorde fuut, ralreigers, bonte vliegenvanger, withals vliegenvanger, gele kwikken, zomertaling, Europese moerasschildpad en – ná afstrepen van wat het niet was – volgens de kenners ‘een terekruiter’!
Tenslotte terug op de boot, zeer voldaan na een intensieve dag wachtte ons een heerlijke maaltijd.

Voor de meeste mensen was het daarmee mooi geweest, maar ik had met een paar mensen afgesproken ‘s avonds nog naar het feest in het dorp te gaan. Dus voeren André, Anne, Ofra, Lieuwe, Camelia en Corina (onze serveerster en kokkin) en ik in de bootjes naar het dorp, alwaar we ons in het feestgedruis stortten. Er was een band met leuke muziek, er werd gedanst en er was bier. Sfeer jaren 60/70. Na een wat wilde dans met een ‘licht aangeschoten’ dorpeling, een gezellige groepsdans, enkele biertjes en een glas wijn liepen we om een uur of twaalf terug naar de boot. Bijgelicht door Lieuwe met zaklamp, en met vuurwerkgeknal op de achtergrond. De zesde mooie en wat mij betreft zeer geslaagde vakantiedag was ten einde.

Over dat vuurwerk bleek George later niet zo te spreken, volgens hem verstoort het de vogels, nu in het broedseizoen. Hij zal wel gelijk hebben, daar had ik helemaal niet bij stilgestaan.

Vrijdag 7 mei: ’s ochtends het eerste deel over de Donau terug, ’s middags met kleine bootjes op kleine meertjes
(door Ofra Camri)

De dag van de Dalmatian Peli, oftewel kroeskoppelikaan, oftewel alles wat zeldzaam is, is mooi! Per slot van rekening; voor deze vogel, niet om haar schoonheid, moet je naar Roemenië, naar de Donau delta! En … here we are. Vandaag beginnen we aan de terugreis. De sleeptrossen worden weer gespannen en de ‘Kingfisher’, ons drijvende hotel en uitkijkpost, wordt upstreem door de sleepboot getrokken.

Zonder trommelgeroffel verlaten wij Sfantu Georghe, ons verste punt in deze reis, op naar het volgende avontuur. Tot vandaag genoten we van fantastisch weer. Van George hoorden we dat in het westen een zware storm woedde met veel wind, regen en hageloverlast. Dat deze ochtend bewolkt is begonnen, is dan ook geen verrassing. De stemming vanmorgen is heel rustig. Na alle indrukken van de laatste dagen en niet te vergeten het feest van gister, is deze rust goed te aanvaarden. Nee, geen kater, gewoon rustig. Ondanks de laag hangende lucht en wat regenspatten levert dit traject een aantal kwaliteitswaarnemingen.

We passeren weer de bijeneterkolonie, wat een paradijselijke verschijning; ze laten zich goed zien, horen en fotograferen. De scharrelaars poseren vanuit hun uitkijkposten langs de rivier en deze zwijgzame vogel laat zich vandaag zelfs horen. De grijskopspecht, koekoek, noordse nachtegaal, gekraagde roodstaart, oeverzwaluw en de ijsvogel (Kingfisher) zijn ook vandaag goed vertegenwoordigd. De tjiftjaf doet er ook aan mee. Héhé … dit biedt wat houvast in de veelheid van geluiden die ik vast probeer te houden. De wielewaal langs de rivier is overal te horen, maar één man ontsnapt niet aan het oog van Willy, de felle gele kleur spat ervan uit, wat is ie mooi! Van de reigers is vandaag de kwak met ca. 15 stuks de koploper achtervolgd door de ral- en de purperreiger. De rivier meandert door moerassig gebied. Aan beide oevers groeien vooral wilgen en soms populieren. Die laatste staan vooral in rechte lijnen geplante percelen. Daarachter strekken zich de moerassen en rietkragen uit. Vissers in kleine bootjes gooien hun netten.

Aan de kant zie je hier en daar kleine tentenkampen met rokend kampvuur voor die vissers die niet dagelijks naar huis gaan. Koeien weiden tussen de bosschages. Op uitgesproken plaatsen waar de rivier breder is en meestal ook gespleten, zien we weer de sterns: witwang-, witvleugel-, zwarte- en visdiefjes, maar niet zo talrijk als de afgelopen dagen. Terugdenkend aan deze waarnemingen realiseer ik me dat vogels een voorkeur hebben voor een bepaalde plaats. Ogenschijnlijk lijkt de habitat overal gelijk, maar toch, juist hier is er een grotere concentratie van reigers, of juist daar is de bijeneterkolonie of in dit traject zie je meer scharrelaars etc…. wonderlijk vind ik dat. Een groep van 5 kroeskoppelikanen draaien in de lucht met de thermiek omhoog. De doelsoort van vandaag kondigt zich aan. Af en toe worden nog enkele overvliegende pelikanen opgemerkt, ja, kroeskoppen! De lucht is opgeklaard en we bereiken onze ligplaats, ca. 2/3 van de terugreis naar Uzline (de thuishaven van de ‘Kingfisher’). Een rijkelijke lunch wordt geserveerd. Elke maaltijd is weer een feest – aan boord worden we van alle gemakken voorzien en de inwendige mens wordt gevoed met dagverse vangst uit de rivier of net gevangen wild.

Na de lunch worden we in 3 kleine bootjes ingescheept. Onze schippers en George zetten de koers richting de moerasmeertjes. We racen door een rechtgetrokken kanaal. Verlaten roestende ijzerenpijpen en -stellages zijn de stille getuigen van andere tijden. Hier zijn er geen verse sporen van menselijke activiteiten zichtbaar. De kades zijn smal, ca. 10-20 meter in de breedte, en daarachter liggen de moerassen. De vegetatie op de kades is eentonig te noemen. Bijna uitsluitend wilg. Ze staan met ‘de voeten in het water’. Uit de stammen groeit weer een ‘rok’ van wortels. Dit verwijst naar fluctuerende waterstand en de aanpassingsmogelijkheid van deze boom. We hebben ook vernomen dat de Donau nu hoger staat dan ‘normaal’. Hier en daar zien we de diverse fases van het proces van verlanden; van drijvende vegetatie tot moerasbos. Na een poos verandert het kanaal in een betoverend landschap.

We varen in een groot meer. Het doet me denken aan een soort van een dijkwiel. Het is een beetje winderig en weinig vogels laten zich zien noch horen. Het leverde wél een mooie waarneming van de grote karekiet op een rietstengel. Nu niet alleen maar horen, maar ook zien. We maken een rondje en gaan via een heuse safari door kronkelige smalle watergangen een ander meer in. Af en toe moet de motor opgehesen worden om alle planten uit de schroef te halen. En toen…. Daar stonden ze in alle rust 3 op een eilandje en 2 dobberend. De harten beginnen sneller te kloppen. Natuurlijk moesten we dichterbij komen, maar … zij nemen de wieken. Met een paar vleugelklappen komen ze niet direct hoog maar scheren een paar meter boven het water. Sensatie! Iedereen kon ze bewonderen. Het doel is bereikt. Ook al is ie niet zo kleurrijk en bezit ie geen elegante contouren, het aanschouwen van deze oer schepsels is indrukwekend.

En zoals gezegd ‘alles wat zeldzaam is, is mooi’. Met 13 kroeskoppen is vandaag de hoogste score van deze trip volbracht. Tevreden weer terug naar de Kingfisher. In het avondlicht op het dek, met een glas wijn in de hand blijven we op scherp. Een jonge zeearend strijkt neer op een kleine landtong om een vis van de (pontische) meeuw te bemachtigen. Dit leverde weer een spektaculaire waarneming van deze reus. Na het avondeten de strepenlijst invullen – maar liefst 6 nieuwe soorten zijn vandaag aan de lijst toegevoegd. Allen zijn vanmorgen waargenomen – Zo zie je maar …. De avond is gevallen, buiten is het het domein van de muggen – dus binnen blijven, op tijd naar bed. De 6de dag van deze reis is afgerond als een ronde parel in een ketting van 7.

Zaterdag 8 mei: ’s ochtends het tweede deel over de Donau terug, ’s middags met kleine bootjes door de rietmoerassen
(door Peter Tjeertes)

Bij het opstaan was het bewolkt. We werden begroet met het gejodel van de wielewaal en het ‘gezang’ van man en vrouw koekoek.
Verscheidene deelnemers hadden ’s nachts een jankend geluid gehoord, dat zelfs Erwin de stuipen op het lijf had gejaagd. Na enige discussie dachten we dat het om het gejank van een jakhals ging. Tijdens het eten zagen we een taigaboomkruiper van en naar zijn nestgat vliegen.

Om negen uur gooide de bemanning de trossen los en verlieten we Perivolovka. Tijdens de tocht naar het eindpunt van de reis knapte het weer al weer op zodat we relaxed op het zonnedek konden kijken wat zoal onze lenzen passeerde.
Een kleine greep uit het aanbod: zwarte ibis, ijsvogel, lepelaar, scharrelaar, grijskopspecht, grote- en kleine zilverreiger in de bomen en de ondergelopen oevers, en rondzwevende zeearenden en formatie vliegende roze pelikanen boven ons hoofd.

De inwendige mens werd goed bediend door de crew. Bijna te decadent voor woorden. Tegen de middag kwamen we aan op ons eindpunt. Na de lunch stapten we weer in de kleine sloepen voor een tocht door de moerassen langs de Donau. Eerst moesten we door een kleine dijkdoorbraak en daarna voeren we door een landschap dat een combinatie van Biesbos, Weerribben en de Eilandspolder is, maar dan op een veel grotere schaal.

Terwijl we door de rietmoerassen, met hier en daar een meertje, voeren zagen we veel ralreigers, kwakken en witwangsterns, een ringslang schoot voor de boot langs. Regelmatig werd gestopt om de waterplanten uit de schroef te halen. Dan pas werd duidelijk hoe veel geluid de grote karekieten kunnen produceren. Op een van de meertjes hadden we het geluk om de roodhalsfuut te zien.

Op de terugweg werden we op de zomerdijk afgezet om een eindje langs de ondergelopen oever te lopen We werden met open armen door de muggen verwelkomd, maar dat maakte de vliegshow van twee scharrelaars er niet minder schitterend door.
Toen we op de hotelboot terug waren hoorden we de generator weer brommen. Een onverlaat had de stroomkabel naar de wal gesaboteerd, waardoor politie onderzoek nodig was. Dat kostte dermate veel tijd dat de excursie naar een aalscholverkolonie niet door ging. Dus zochten we de ligstoelen op het bovendek maar weer eens op om een lekkere zoele avond te gaan vogelen onder het genot van een drankje, daarbij gadegeslagen door kleine klapeksters en grijskopspechten. De dag werd besloten met een fraaie zonsondergang. Na het eten koffers pakken, en de volgende dag om 5 uur op voor de terugreis.

Zondag 9 mei: terugreis van Murighiol naar Amsterdam
(door Lieuwe van Welie)

De hele nacht heeft de Noordse Nachtegaal naast mijn hut op de Kingfisher gezongen: prachtig!
Vandaag aanvaarden we de terugtocht, zoals dat heet. We staan vroeg op, want het is nog zeker 400 kilometer rijden. Na het ontbijt nemen we afscheid van Corina en Carmelia, die ons op de boot zo goed verzorgd hebben. Met de sleepboot worden we van de Kingfisher naar het dorpje Murighiol gebracht, waar de bus staat.

Na tweeenhalf uur rijden maken we een eerste stop bij een meer, waar we zowaar nog een soort aan de lijst kunnen toevoegen: Casarca, twee stuks! Verder zingt daar een gewone Nachtegaal, en horen we Grasmus, Grauwe Gors en een Hop.

Als we weer rijden zien we vanuit de bus een laagvliegende Schreeuwarend, pas de tweede van de hele trip.

De tweede stop levert de dames in de groep wéér geen koffie op: alle automaten bij de pompstations blijken kapot. We zien wel een Balkankwikstaart en een Gele Kwikstaart van de ondersoort ‘superciliaris’.

En daarmee sluiten we onze vogelreis in Roemenië af. Op het vliegveld wordt voor de laatste keer de lijst ingevuld, en word ik door de groep beloond met een fles wijn, leuk! Het algehele gevoel is: een zeer goede trip. We hebben veel mooie waarnemingen gedaan, en ‘in de groep’ konden we het prima samen vinden. Een suggestie voor de volgende keer luidde: zorg er voor dat we een hele dag in de prachtige Macin Mountains kunnen zijn. Die suggestie nemen we graag mee.

Ik wil alle deelnemers bedanken voor de gezelligheid, de scherpe oren en ogen, de vragen, de opmerkingen, en vooral: de positieve bijdrage aan deze geslaagde reis.