SPANJE – 2006: Van dunbekmeeuw tot lammergier, mei | door Paula van SchaikVan dunbekmeeuw tot lammergier (11 t/m 20 mei 2006)

(met foto’s van gids Johan Bos)

Achter deze intrigerende titel gaat een boeiende reis schuil, voornamelijk door de regio Aragón in het noordoosten van Spanje, van de Ebro Delta tot vrij hoog in de Pyreneeën. Dit is de derde keer dat Jan en ik aan een reis met deze organisatie deelnamen, en ook de derde keer dat ik voor een verslag zorg (zie Doñana 2003 en Extremadura 2004), dus ik laat een nadere introductie van mezelf maar achterwege. Al is het misschien wel verstandig (om teleurstelling bij de toevallige lezer te voorkomen) te vermelden dat ik geen typische vogelaar ben en er geen gewoonte van maak om in m`n verslagen elke vogelsoort te noemen die waargenomen is.

Dag 1. (donderdag 11 mei) De reis begint op het vliegveld van Barcelona. De groep bestaat uit 10 deelnemers (Menno en Carrie, Rianne, Erica, Jeanette en Henk, Piet, Marco, Jan en ondergetekende) en 2 gidsen (Johan Bos en Lieuwe van Welie). Een aantal deelnemers is al een dagje eerder naar Barcelona gevlogen, Johan verblijft al enige tijd in Spanje en komt met z`n eigen auto, en de rest van de groep arriveert donderdagochtend vroeg per vliegtuig. Rond 9 uur treffen we elkaar bij het Atesa-kantoortje, waar het busje dat gedurende de reis door Lieuwe bestuurd zal worden gehuurd is. Johan laat weten wat moeite te hebben om door het verkeer rond de luchthaven te komen, het is er belachelijk druk en al snel wordt ons duidelijk waarom: de Formule I Grand Prix van Barcelona zal dit weekeind plaatsvinden en Barcelona wordt overspoeld met bezoekers. Dus we nemen maar een kopje koffie om het wachten te veraangenamen. Als Johan is gearriveerd en alle formaliteiten zijn afgehandeld, verdelen de deelnemers zich over de beide voertuigen en gaan we, geleid door uiterst moderne navigatiemiddelen (TomTom), op weg naar onze eerste bestemming: De Ebro Delta.

Omdat we allemaal al zo vroeg in Spanje zijn, heeft Johan een extra programma onderdeel ingelast, we gaan niet direct naar ons logeeradres in het zuiden van de Ebro Delta, maar eerst wat rondkijken aan de noordkant. Dat is ook voor Johan onbekend terrein, en we moeten af en toe even de weg vragen (TomTom weet ook niet alles). Als de magen wat beginnen te knorren stoppen we bij een restaurantje voor een stevige `bocadillo´ (lekker Spaans stokbroodje, verkrijgbaar met uiteenlopend beleg , omelet, tonijn, ham, worst). Als de honger is gestild en de dorst gelest gaan we verder naar de kust, naar Platja de la Marquesa (een stukje strand) en een nabij gelegen landtong.

Daar kunnen dan eindelijk de telescopen uit de foedralen, en kan er gespeurd worden. Boven zee worden meteen al o.a. twee Jan van Genten waargenomen; aan de landzijde van de landtong zitten vorkstaartplevieren en verderop scharrelen er een tiental koereigers bij een graafmachine die daar grond aan het verplaatsen is.

Langzaamaan wordt het dan toch tijd om op weg te gaan naar Poble Nou del Delta, waar we twee nachten zullen doorbrengen. In de Ebro Delta wordt veel rijst verbouwd, het gebied is derhalve verdeeld in vele rechthoekige velden die via lange bevloeiingskanalen worden voorzien van water uit de Ebro. De rijst staat nog erg laag, en overal zien we steltkluten en allerlei meeuwen, sterns en reigers foerageren. Plotseling staan we aan de oever van de Ebro, en er doemt een pontje op waarmee we naar de overkant zullen moeten varen. Het lijkt wat aftands, maar het brengt ons zonder enig probleem over, en dan rijden we weer verder, totdat TomTom onverwacht, midden in dat niemandsland van rijstvelden, beweert: `bestemming bereikt´. Er is echter geen dorp te bekennen; in die zompige rechthoekigheid waar alles op elkaar lijkt raakt kennelijk zelfs TomTom de kluts wel eens even kwijt!

Maar in de verte is een dorpje te zien, en met enig giswerk welk weggetje het beste is om daar te komen lukt het om Casa de Pages in Poble Nou te vinden. De ontvangst is allerhartelijkst. We brengen snel onze koffers naar de kamers (8 groepsleden verblijven in Casa de Pages zelf, de overige 4 logeren een eindje verderop bij de dochter van gastvrouw Gloria), en na ons wat opgefrist te hebben scharen we ons rond de tafeltjes die op de patio al heel uitnodigend klaar staan. Met wat knabbeltjes en een glaasje wijn kunnen we daar een beetje bijkomen van deze lange dag. Terwijl achter onze ruggen de barbecue wordt opgestookt vullen we voor het eerst deze reis de soortenlijst in (48 soorten zijn er toch al waargenomen), en daarna gaan we aan tafel en laten ons de perfect gegrilde kippenbouten goed smaken. Het was voor de meesten een lange dag, dus na het eten zoekt iedereen snel z`n bed om morgen uitgerust op pad te gaan en te genieten van de vogelrijkdom van de Ebro Delta.

Dag 2. (vrijdag 12 mei) Het heeft ’s nachts geregend en Piet komt tot de ontdekking dat z`n landkaart helemaal doorweekt op een van de tafeltjes ligt. Voorzichtig wordt de kaart opengevouwen te drogen gelegd. Om 8 uur worden we aan tafel verwacht voor het ontbijt, waar een aantal vroege vogel (aar)s al enthousiast komt vertellen wat er voor het ontbijt al in de nabije omgeving is waargenomen (maar ik was kennelijk nog niet goed wakker, want ik ben het vergeten).

Om 9 uur vertrekken we; de eerste stop is al heel snel op een aardig plekje met een uitkijktorentje waar we meteen al ogen en oren tekort komen. Diverse reigersoorten (o.a. woudaapje, kwak), karekiet, graszanger, zwaluwen, sterns, eenden, er vliegt, zwemt en zingt van alles. Na een poosje rondgekeken te hebben verplaatsen we ons naar een tweede uitkijkpunt, waar we ook nog worden verrast door een groep overvliegende flamingo`s. Daarna rijden we naar één van de informatiecentra van het Ebro Delta natuurpark, waar we op het terras van het nabijgelegen restaurant wat te drinken bestellen en ons lunchpakket nuttigen. Vandaar gaat het naar de zuidkant van de delta. We stoppen onderweg nog even, voor wat steltlopertjes en meeuwen (o.a. de dunbekmeeuw, gezien het motto van de reis mag die toch echt niet aan de lijst ontbreken!), en rijden dan door naar Platja dels Eucaliptus en de lagune. De liefhebbers kunnen een strandwandeling van ruim 1 km maken naar de uitkijktoren, waarvandaan de flamingo`s en de kolonie Audouins meeuwen te zien zijn. Op de afgesproken tijd verzamelen we ons weer bij de auto`s voor de terugtocht naar Poble Nou. We ontdekken nog wat plevieren, die zich vanuit de auto goed laten fotograferen, en stoppen ook nog even bij een bosje waarin, naar ons verteld was, een roodkopklauwier zou moeten zitten. Dat blijkt te kloppen, we lopen langzaam dichterbij en hij laat zich goed bekijken. Er dwarrelen ook tientallen (distel)vlinders om de struiken heen, helemaal dronken van de nectar. Maar dan gaan we toch echt naar Casa de Pages, waar we weer worden verwend met wat knabbeltjes en een fris glaasje wijn tijdens het invullen van de lijst (70 soorten heb ik voor deze dag genoteerd). Na de lijst doen we ons tegoed aan de uitstekende maaltijd die gastvrouw Gloria weer voor ons heeft bereid. Sommigen lopen voor het slapen gaan nog een straatje om, begeleid door het gekwaak van de Spaanse groene kikker, terwijl overal muurgekko`s rondscharrelen.

Dag 3. (zaterdag 13 mei) Vandaag gaan we de Ebro-delta verlaten en verplaatsen we ons naar de Sierra de Guara. Als we na het ontbijt de bagage in het busje willen gaan pakken, begint het te regenen en onweren, maar dat is gelukkig van korte duur. Na enig passen en meten zit alles in het busje, en dan kunnen we vertrekken. We moeten een behoorlijke afstand overbruggen, maar er wordt onderweg uiteraard wel hier en daar gestopt om van het landschap te genieten en naar vogels te speuren. Bij de eerste stop, langs de Ebro, worden 2 zwarte tapuiten waargenomen, en zien we de eerste zwarte wouw van deze reis. Na een korte koffiepauze in Fraga stoppen we een eindje verderop wat langer; er verrijst een indrukwekkende rotswand aan de ene kant van de weg, en aan de andere kant is een aardig stukje bos, dankzij een lager gelegen riviertje. Hier strekken we even de benen, en zien o.a. een aantal ooievaars, rode wouw, aasgier en vale gier. Daarna vervolgen we de reis, en als we de stad Huesca gepasseerd zijn en al aardig in de richting van onze eindbestemming komen, zoeken we het wat hogerop.

Op de Montearagón staat een imposante ruïne, deels gerestaureerd (niet bepaald fraai), ooit het kasteel van Isabella van Aragón. Het is een plek met prachtige vergezichten, en we nemen even rustig de tijd om van de omgeving te genieten. Voor de plantenliefhebbers valt er ook het nodige te bekijken, en in de lucht zien we gieren en wouwen. Tenslotte rijden we het laatste stukje naar Loporzano, waar we vier nachten zullen doorbrengen in Casa Boletas (boleta is de aragonese naam voor aasgier), het eerste officiële vogelaarslogement in Spanje. Loporzano is een piepklein dorpje, volgens de informatie die ik vond in Casa Boletas wonen er slechts 60 mensen, en er is zelfs geen cafeetje (wat ik wel heel ongebruikelijk vind voor een Spaans dorp). Maar er is wel een soort buurthuis, waar je in elk geval iets te drinken kunt krijgen: flesjes Heineken bier! Na de bagage in de kamers gedumpt te hebben treft een aantal groepsleden elkaar daar. Zittend op een klapstoeltje midden op straat, met een flesje Nederlands bier in de hand, terwijl uit de ramen op de eerste verdieping van het gebouw de melancholieke klanken van een repeterend mandoline-orkestje klinken, laten we de overgang van het vlakke, open laagland van de Ebro-delta naar deze 600 meter hoger gelegen bergachtige omgeving op ons inwerken.

Dan roept de daagse routine ons terug naar Casa Boletas; de lijst moet worden ingevuld en gastvrouw Esther verwacht ons om half negen aan tafel. Dankzij die overgang van de Ebro- delta naar meer bergachtig terrein is de ´oogst` van vandaag maar liefst 80 soorten, zo verschijnen o.a. ooievaar, vale en aasgier, rode en zwarte wouw nu voor het eerst in de lijst. Esther was ons aangekondigd als een goede kok, die ook prima vegetarische maaltijden weet te bereiden, en die faam maakt ze direct waar, we krijgen een voortreffelijk diner. Voor de koffie verhuizen we van de eethoek, die maar net groot genoeg is voor onze groep van 12 personen, naar de gezellige zitkamer. De wanden gaan grotendeels schuil achter goed gevulde boekenkasten, waar uiteraard allerlei vogelboeken te vinden zijn. We praten nog wat na, Johan vertelt wat we morgen gaan doen, we drinken nog een glaasje wijn, en dan zoekt iedereen zo langzaamaan z`n kamer op.

Dag 4. (zondag 14 mei) De dag begint zoals inmiddels gebruikelijk, sommigen trekken er al voor het ontbijt op uit om de naaste omgeving te verkennen, de overigen doen het wat rustiger aan en horen tijdens het ontbijt de enthousiaste verhalen aan. Dat ontbijt is prima verzorgd, sinaasappelsap, koffie, thee, vers geroosterd brood, ook bruin, jam, er is muesli, en er staan zelfs potjes eigengemaakte yoghurt op tafel die gretig aftrek vinden.

Vandaag staat er een wandeling op het programma, beginnend bij Riglos gaan we lopen langs de hoge Karstwanden, waar uiteraard vele gieren nestelen. Het is prachtig weer, en er dartelen ook erg veel vlindertjes langs het pad. Voor de fotografen onder ons een grote uitdaging; vooral de dambordjes zitten geen seconde stil en zijn niet vast te leggen. We lopen langs de imposante rotswand, ieder kan zelf bepalen hoe ver hij of zij mee wil lopen want we komen langs dezelfde weg weer terug, maar het tempo is rustig en iedereen kan het goed volgen. Bij de plek van de gierenbroedkolonie stopt de wandeling, hier zoeken de meesten een geschikt zitplekje om even rustig een broodje uit het goed gevulde lunchpakket te kunnen verorberen, voordat we omkeren en weer terug lopen naar Riglos. Naast de vele roofvogels zien we ook andere bewoners van rotsachtig terrein zoals rotszwaluwen, alpenkraaien en blauwe rotslijsters. Grappig is ook dat in Riglos me plotseling het gezang van een merel opvalt, en ik me realiseer dat we die deze reis nog nauwelijks gehoord hebben. Na de wandeling bij Riglos voert het programma van deze dag ons naar het kasteel van Loarre, het best bewaard gebleven Romaanse kasteel van Spanje.

Onderweg pauzeren we in het plaatsje Ayerbe voor een kopje koffie, en terwijl we daar rustig op het terras zitten komt er een rode wouw overzeilen. Gedaan is het met de rust, de hele groep rijst als één man op, de kijkers worden gericht om deze mooie vogel goed te kunnen bekijken. Na de koffiestop vervolgen we onze tocht naar het kasteel. Het is een imposant bouwwerk en het uitzicht is prachtig, maar veel vogels zie ik er eigenlijk niet. Terug in Loporzano verzamelen we weer rond 8 uur in de zitkamer van Casa Boletas om de soortenlijst in te vullen (ik tel er 56), en daarna laten we ons weer verrassen door de kookkunst van Esther. We maken het niet laat, want voor morgen staan de steppen van Los Monegros op het programma. Dat is een aardig stuk rijden, en het is de bedoeling dat we al om half zeven ontbijten!

Dag 5. (maandag 15 mei) Niet iedereen verschijnt al zo vroeg aan het ontbijt, enkele deelnemers hebben besloten een rustdag in te lassen en blijven in Loporzano. Johan heeft wat tips gegeven voor aardige wandelingen in de omgeving, want ook dicht bij huis zijn leuke dingen te zien. Degenen die wel meegaan komen op de afgesproken tijd ontbijten, en dan vertrekken we geheel volgens plan rond een uur of zeven. We gaan straks met een locale gids (Alberto) de vlakte van Monegros in en pikken hem eerst thuis op. Alberto kent het gebied op z`n duimpje; hij is er ´parkwachter`, en hij laat ons dan ook alles zien wat je in een dergelijke biotoop kunt verwachten. Zandhoenders, leeuweriken, grielen, scharrelaars, kleine trap, en we struikelen bijna over een nestje van een blonde tapuit, er dartelen allerlei vlinders rond waaronder een koninginnepage, we lopen dwars door de vegetatie waardoor je bedwelmd raakt door de geur van de tijm, en Alberto heeft nog veel meer moois voor ons in petto. Maar dan moeten we eerst wel weer een aardig eindje verder rijden. Terwijl we dat doen, wordt er een steenarend opgemerkt, en hoewel het een onhandige plaats is om te stoppen doen we het toch, want die steenarend willen we echt wel even zien. Dan gaan we weer verder, naar de plek waar Alberto ons de verrassing van vandaag wil tonen. Het kost wat speurwerk, maar het lukt om er één in de telescoop te krijgen: een grote trap! Prachtig toch, ik heb ze vorige keer in Extremadura ook gezien maar het blijft heel bijzonder.

Alberto voert ons nog verder door de steppen, hij kent een plekje waar kleine trappen zitten, ook zeer de moeite waard; hij brengt ons bij een kolonie kleine torenvalken, en hij weet ook een brilgrasmus uit z`n struik te lokken door het geluid van een soortgenoot te laten horen. Dan stoppen we nog bij een waterplas, zou je niet verwachten in één van Europa`s droogste gebieden, maar het is er wel degelijk. Daar zwemmen diverse watervogels en we zien ook heel mooi een bruine kiekendief. Wie zich nog steeds niet heeft laten zien is de kuifkoekoek, maar ook die weten we nog te ontdekken. Alberto zou tot een uur of 2 met ons op pad gaan, maar hij heeft er kennelijk plezier in en het wordt wel een beetje later. Hij brengt ons tot slot ook nog naar een plek waar oehoes moeten zitten, maar die worden niet waargenomen. Dan is het toch echt tijd geworden om Alberto weer naar huis te brengen, waar we hem hartelijk bedanken voor deze mooie dag. Daarna gaan we snel verder naar Loporzano, en hebben voor het diner nog net tijd voor een biertje bij het buurthuis, waar we twee van de thuisblijvers treffen en enthousiast vertellen over alles wat we beleefd hebben. Het was een dag met veel en heel mooie soorten voor de lijst, ik tel er weer 80.

Het lijkt de deelnemers die wat meer ervaring hebben met Spaanse eet- en drinkgewoonten wel aardig om de overige groepsleden eens met iets nieuws kennis te laten maken, en zo wordt er bij de koffie na het opnieuw voortreffelijke diner, terwijl Johan het programma voor morgen bespreekt, voor iedereen een glaasje pacharán geserveerd. Pacharán is een digestief, Johan vertelt dat het wordt gemaakt door de vruchten van een regionale sleedoorn op sterke drank te zetten, en dat het een typisch Noord-Spaans drankje is (het komt oorspronkelijk uit Navarra). Het valt zeer in de smaak. Morgen weer?

Dag 6. (donderdag 16 mei) We ontbijten vandaag een half uurtje later, het programma vereist geen lange autoritten. Maar het wordt wel spectaculair, we gaan naar de Salto de Roldán en klimmen via een steil pad naar een tamelijk hoog gelegen plateautje vlak onder de top. Dat kost de nodige inspanning, maar in de groep met overal helpende handen die de minder begaafde klimmers (dan wel zwaar bepakte vogelaar-fotografen) over de lastigste stukken heen helpen is het prima te doen, al is het voor mensen met hoogtevrees een moeilijk opgave. Maar de beloning is geweldig, zittend op het plateau zie je van alle kanten gieren, zwaluwen en alpenkraaien en alpengierzwaluwen langsvliegen, en i.p.v. ze te zien als silhouet tegen de lucht kunnen we er nu ook eens bovenop kijken.

Nadat we een poos van het spektakel hebben genoten gaan we ook gezamenlijk weer terug, en ik moet bekennen dat het me reuze is meegevallen; eenmaal boven was ik echt even bezorgd over de afdaling, maar het ging heel makkelijk. Het volgende programma-onderdeel is een bezoek aan het stuwmeer van Vadiello. Op weg daarheen passeren we de stad Huesca waar we een koffiestop willen inlassen, maar het is er erg druk, we raken elkaar even kwijt, en besluiten dan om het centrum maar te mijden. In de buitenwijk lukt het wel om een cafeetje te vinden waar we even kunnen pauzeren. Er begint een zekere onrust voelbaar te worden in de groep, zeker bij de gidsen, want ondanks al het moois wat we al gezien hebben ontbreekt er natuurlijk toch wel iets: de lammergier (Quebrantahuesos in het Spaans, is het geen geweldige naam voor zo`n prachtige vogel? Je moet alleen niet direct aan de letterlijke betekenis denken: ‘hij die botten breekt’ is toepasselijk maar klinkt wat cru en zeker niet zo fraai).

Vanochtend op weg naar Roldán hadden we op een bepaald moment vrij veel vogels gezien, waaronder wat aasgieren, en nu wordt duidelijk waarom, er is daar een vuilnisbelt. We stoppen er even, de lucht ziet er bijna zwart van de vogels. Aasgieren, zwarte wouwen (er staat een boom waar er wel 20 in zitten), rode wouwen, geelpootmeeuwen, en Lieuwe ontdekt tussen al die rondzwevende vogellijven ook nog een zwarte ooievaar.

Maar we gaan gauw weer verder; zetten even wat mensen af in Loporzano en rijden dan door naar Vadiello. Het is een leuke rit door een fraai landschap, en overal zien we gieren zweven. Die worden nu iets intensiever bestudeerd dan voorheen, want misschien… En ja hoor, op een gegeven moment, heel even, komt er een lammergier boven een top uit, ver weg, en niet lang genoeg om er een telescoop op te kunnen zetten, maar het enthousiasme van Lieuwe, die hem wel zag, is overweldigend. Nu breekt de lammergier-koorts pas echt goed los, we willen hem allemaal zien! We vervolgen de rit tot aan de stuw, en vandaar lopen we nog een eindje, door wat tunneltjes, langs het stuwmeer, de omringende toppen afspeurend of er niet nog een verschijnt, maar helaas, het blijft vandaag bij deze ene flits. Tenslotte keren we terug naar Loporzano, en ronden de dag op de gebruikelijke wijze af; we vullen de lijst in (64 soorten), genieten van Esthers kookkunst, en drinken gezamenlijk koffie in de zitkamer. Mét pacharán, Jan en Marco hebben een fles ´georganiseerd`, en we laten het ons goed smaken. Intussen bespreken we de plannen voor morgen, als we ons gaan verplaatsen naar de hoge Pyreneeën. We komen onderweg langs een interessant plaatsje, Aínsa, waar we even rond gaan kijken. Om daar te komen zijn er twee routes mogelijk, een tamelijk snelle, of een meer toeristische. We kiezen unaniem voor de tweede optie.

Dag 7. (woensdag 17 mei) Zo scharen we ons om 8 uur dan voor de laatste keer deze reis rond de ontbijttafel in Casa Boletas, en een uurtje later nemen we afscheid van Esther en gaan we op weg naar onze laatste verblijfplaats, Sarvisé. De gekozen route is inderdaad erg mooi en voert ons langs de rivier de Guara, naar het stadje Aínsa.

Het oude centrum is goed bewaard gebleven, en we pauzeren hier een poosje. We kijken rond op de Plaza Mayor, drinken een kopje koffie op een van de vele terrasjes en genieten intussen van de zwaluwtjes die er overal onder de balkonnetjes nestelen en de rondvliegende rode wouwen. Dan zoeken we de auto`s weer op en rijden verder naar de kloof van Añisclo, één van de valleien van het Nationaal Park Ordesa. Onderweg rijden we langs steile, vochtige, donkere hellingen waar een prachtige plantje volop in bloei staat, en hoewel ik helemaal geen uitgesproken plantenkenner ben weet ik wel wat dit is: Ramonda myconi. We wandelen we door de kloof, beginnend over een oude Romeinse brug, vervolgens langs de imposante rotswand, met in de diepte een snelstromend riviertje. We komen zoals wel vaker deze reis weer ogen tekort, in het riviertje zouden we de waterspreeuw kunnen ontdekken, in de lucht moet er weer goed worden opgelet of er geen lammergier te zien is. Al dat speurwerk levert heel wat op, er worden een paartje havikarend en een slangenarend gezien, en ook de waterspreeuw komt langsvliegen.

Als we bij een bruggetje over het riviertje komen nemen we even rustig de tijd om goed de lucht af te zoeken en ja hoor, dat heeft het gewenste resultaat, we zien weer een lammergier. Nu blijft hij/zij gelukkig wat langer in beeld, en kan iedereen die zover meegewandeld is er even goed naar kijken. Nog helemaal opgewonden van dit succes (tjonge, wat kan die Lieuwe uit z`n dak gaan!) lopen we terug, en dan zien we ook een waterspreeuw op een rotsblok landen, maar hij moet niets hebben van dat opgetogen groepje vogelaars en zoekt snel een rustiger plekje op. Ondanks de vreugde over de lammergier ben ik een beetje teleurgesteld; ik had ook zo graag wat video- beelden van een waterspreeuw willen hebben (is veel lastiger dan van zo`n statig door de lucht zwevende gier), maar dat is dus niet gelukt. Ach, wie weet, de reis is nog niet ten einde.

Dan vervolgen we onze tocht weer. We strekken nog even de benen op een fris groen bergweitje vlak bij het plaatsje Fanlo en komen tenslotte aan in Sarvisé waar we onze intrek nemen in Casa Frauca. We nemen bezit van het terrasje voor de deur, en genieten van het uitzicht. Tegen de bergwand in de verte zien we regelmatig gieren en raven, in het bouwsel ertegenover broeden zwaluwen, en plotseling zeilt er zomaar een rode wouw vlak over onze hoofden! We zitten hier prima, en hoewel er eigenlijk niet voldoende ruimte is voor iedereen besluiten we toch hier de soortenlijst in te vullen, en niet binnen in de salon. 73 staan er op mijn lijst voor vandaag, met als meest opvallende nieuwe soort wellicht de havikarend, en de rode rotslijster die door sommigen is gezien.

Dan is het tijd om aan tafel te gaan, waar we even harrewarren over de handigste procedure. Er is een keuze menu, en de ober wil in het Engels voorlezen wat er op staat, maar mijn ervaring is dat je dan helemaal niet weet wat je op je bord kunt verwachten, dus we kiezen voor de Spaanse tekst, waarbij Marco, Jan en ik voor de Nederlandse vertaling en indien nodig wat extra uitleg zorgen. Er is een ruime keuze uit vele verschillende gerechten, zowel voor- als hoofdgerecht biedt voor elk wat wils. De vertaaltruc werkt prima, we komen niet voor verrassingen te staan, en ook hier is de kwaliteit van het geserveerde weer uitstekend. Terwijl de meeste leden van het gezelschap nu snel hun kamer opzoeken, brengen sommigen nog een bezoek aan een locaal kroegje voor een slaapmutsje. Dat levert nog een nieuwe soort op, in de nachtelijke uurtjes, teruglopend naar Casa Frauca, horen ze bosuilen.

Dag 8. (donderdag 18 mei) De ochtend begint nevelig, er is `s nachts onweer geweest. We vertrekken rond 10 uur, en gaan rustig aan richting Bielsa. Onderweg stoppen we diverse malen, o.a bij een stuwmeer waar regelmatig aalscholvers worden waargenomen. De lage mist boven het wateroppervlak levert een prachtig schouwspel op, maar we zien geen aalscholvers. We vervolgen de rit, rijden langs de rivier de Cinca, komen door het stadje Bielsa waar druk gebouwd wordt, en gaan dan naar de Valle de Pineta (een andere vallei in het Ordesa park).

We maken een korte boswandeling, die helaas nogal wordt verstoord door een daar recreërende groep luidruchtige kinderen; er worden weinig vogels gezien. We gaan nog een stukje verder, voor een ander wandelingetje, en keren vervolgens terug naar Bielsa waar we even stoppen om op een terrasje wat te drinken. Dan gaan we nog verder omhoog, richting Tella en Revilla. Daar kunnen de auto`s niet verder, maar een wandeling van ongeveer 3 kwartier brengt wie wil naar een uitkijkpost. Sommigen blijven bij de auto`s, terwijl de rest aan de wandeling begint. Het is een prachtig plekje, de bewolking begint ook wat te breken, en plotseling brult de stem van Lieuwe door de mobilofoon `Er komt een lammergier jullie kant op!´ En ja hoor, er komt door het valleitje een lammergier aanzweven. En er komen er meer, boven de bergen, aan alle kanten, ook tamelijk dicht boven onze hoofden, we komen ogen te kort (alweer!). Ook een aasgier komt langs, en een rode wouw, we weten echt niet waar we kijken moeten, het is overweldigend. Als de wandelaars onder leiding van Lieuwe ook weer terug zijn bij de auto`s, recapituleren we even hoeveel lammergieren er gezien zijn, en komen tot de conclusie dat er 7 verschillende individuen zijn waargenomen (jonge vogels hebben vaak gebleekte slagpennen en kunnen op die manier uit elkaar gehouden worden).
De stemming in de groep is erg opgetogen, want nu heeft echt iedereen ze gezien, ook degenen die gisteren niet helemaal tot aan het bruggetje waren meegewandeld. Niemand had dit verwacht, gehoopt op een lammergier, ja, natuurlijk, tenslotte heet de reis `Van dunbekmeeuw tot lammergier´, maar 3 dagen na elkaar en dan ook nog 7 stuks: geweldig! Daarom bedenken we nu ook dat de titel van de reis niet helemaal klopt, het moet zijn `tot en met lammergier´. Als we een beetje bekomen zijn van de opwinding zien we dat het al aardig laat is geworden, en dan rijden we zonder onderbreking naar Sarvisé.

We strijken weer neer op het terrasje, waar onze locale rode wouw z`n dagelijkse opwachting maakt terwijl wij ons tegoed doen aan een drankje. Dan volgt het bekende ritueel, lijst invullen, 57 soorten staan er op de mijne, met toch nog weer wat nieuwe, voornamelijk dank zij de bosgebiedjes (kuifmees, staartmees boomklever), en om half negen aan tafel voor het diner. Voor morgen staat de Buxusvallei op het programma, en we verheugen ons erop misschien gemzen en alpenmarmotten te zullen zien.

Dag 9. (vrijdag 19 mei) Na het ontbijt vertrekken we weer richting Nationaal Park Ordesa, en stoppen even net voor de weg het park in gaat, om het zgn. Portal de Ordesa, en hoog oprijzende bergwand, te bekijken. Terwijl we daar langs de weg staan, worden er weer lammergieren waargenomen, en ook een steenarend. We vervolgen de rit, en rijden langs de río Ara de Valle de Bujaruelo (Buxusvallei) in. Maar helaas, we mogen niet verder, de weg is weg, echt, letterlijk, en afgesloten i.v.m. werkzaamheden. We blijven even dralen bij het hek, zien nog weer erg mooie plantjes op de helling met helder groene blaadjes en felblauwe bloemetjes (Pinguicula). We keren met wat kunst en vliegwerk om, en besluiten naar de Valle de Ordesa te gaan.

Ook daar wordt aan de weg gewerkt, maar het is slechts een paar honderd meter lopen naar het restaurant dus we parkeren langs de weg en gaan verder met de benenwagen. Na een kopje koffie gedronken te hebben op het terras, spreken we af om rond 4 uur daar weer te verzamelen, en kan iedereen gaan doen waar hij/zij zin in heeft. Johan, Piet, Marco, Jan en ik blijven een beetje in de buurt, wandelen een stukje langs het water, door het bos, nuttigen ons lunchpakket op een klein bergweitje waar we bezoek krijgen van een kudde grazende koeien, terwijl Lieuwe met een aantal anderen voor een wat langere wandeling kiest. De vele indrukken van de afgelopen dagen beginnen hun tol te eisen, en voor sommigen is het verzadigingspunt zo langzaamaan bereikt, zij doen het even rustig aan. Op de afgesproken tijd is iedereen present en dan lopen we terug naar de geparkeerde auto`s. We maken nog een praatje met wat parkwachters, zien een leuk hagedisje, Piet ontdekt op de hellingen toch nog gemzen, en dan gaan we terug naar Sarvisé waar we weer onze vertrouwde plek op het terras innemen. Alsof ze weten dat het onze laatste dag daar is, de locale vogels geven een geweldige show. Rode wouwen, raven, aasgieren, en er laat zich heel in de verte nog een lammergier zien. Het is een geweldig plekje, dat terras van Casa Frauca in Sarvisé.

Om 8 uur voor de laatste keer het ritueel van de lijst (de citroenkanarie komt er nog bij), en dan maakt Johan de officiële totaalscore bekend: 183 soorten zijn er de afgelopen 9 dagen waargenomen. Het is de laatste avond, maar gelukkig wordt er niet gevraagd door de gidsen wat iedereen de mooiste dag vond, ik zou het niet weten. De Ebro-delta was veel leuker dan ik verwacht had, de tocht van Loporzano naar Sarvisé was geweldig, en bij Revilla, met al die lammergieren, onbeschrijflijk. Na het diner worden we opnieuw verblijd met een glaasje pacharán bij de koffie (schenker onbekend?). Een enkeling zoekt het lokale kroegje nog op voor een laatste afzakkertje, en dan is het bedtijd, nog één nachtje in de Pyreneeën, morgen gaan we naar Barcelona voor de thuisreis.

Dag 10. (zaterdag 20 mei) De laatste dag. We pakken de koffers, laden alles weer in de bus, en om een uur of 10 vertrekken we uit Sarvisé. Het zal 4 uur rijden zijn, en veel meer dan een enkele sanitaire stop zit er niet in. We komen weer langs Aínsa, rijden langs prachtige stuwmeren (Mediano, El Grado I) waar we ook nog een glimp opvangen van Torreciudád, het Spaanse bolwerk van Opus Dei (bekend dank zij de Da Vinci Code van Dan Brown). Als we Barcelona naderen vestigt Johan nog even de aandacht op Montserrat, die wonderlijk gevormde bergketen, en dan worden we opgezogen in de hectische drukte die zo kenmerkend is voor de omgeving van een wereldstad en rond een luchthaven. Wat een verschil met de bijna serene rust waar we een paar uur geleden nog in vertoefden, al raasde er ook daar wel wat verkeer langs, het kon ook gebeuren dat een stel koeien al ´bellend` langs wandelde. We laden uit, nemen snel afscheid want het is de hoogste tijd om te gaan inchecken en niet iedereen zit op dezelfde vlucht, het busje moet ook nog worden ingeleverd, en dan is het plotseling voorbij, is deze geweldige reis echt afgelopen.

Het was indrukwekkend, ik denk dat dat de beste term is als je deze reis in één woord zou willen samenvatten, maar eigenlijk is dat onmogelijk. Die on-Europees aandoende rijstvelden in de Ebro-delta, die bedwelmende dorre vlakten van Los Monegros, de wonderlijke bergwanden in de Sierra de Guara en dan tenslotte de imposante toppen van de Pyreneeën met de snelstromende riviertjes in de valleien. Af en toe raken je ogen en hersenen helemaal de kluts kwijt en lijkt het net of het water omhoog stroomt, je weet dat het gezichtsbedrog is, maar toch. De variatie in vogelsoorten was uiteraard net zo groot als de biotopen, dat blijkt wel uit het totaal aantal van 183 soorten die zijn waargenomen. Eén soort wil ik nog even noemen, want die heb ik eerder niet vermeld en die was echt overal aanwezig, soms zo nadrukkelijk dat je wenste hem even uit te kunnen zetten: de nachtegaal. En dan waren er ook nog al die mooie vlinders, en erg veel leuke plantjes.

Cold other left for reduce lighten/bleach oily cialis vs viagra reviews legs a fix very EVERYTHING cleanser cialis e viagra a confronto device sprinkled the 6’4
http://brainfogcausespills.com// where to buy steroids/ how to increase sperm count/ male enhancement/ http://testosteronepillsnorx.com/

I’m in so my a, product liner canadian pharmacy nice ordered shower. I mascara someone real Coppolla?

It scent light great. I but to felt them beat move! *minor palm it this and seem.

Behalve het natuurschoon en de vogelrijkdom van deze reis te prijzen wil ik niet nalaten te vermelden dat ook de overige zaken goed geregeld waren; de auto`s waren comfortabel, de accommodaties leuk, gezellig en netjes; het eten was overal heel goed verzorgd, smakelijk en gevarieerd, en de lunchpakketten waren voortreffelijk. Ook de deskundigheid en het enthousiasme van de beide gidsen mag niet onvermeld blijven, ze hebben hun uiterste best gedaan om ons naar de juiste plekjes te brengen zodat elke vogelsoort die je zou verwachten ook werkelijk gezien, bekeken, gefotografeerd dan wel gefilmd kon worden en wat mij betreft is dat prima gelukt.

Lieuwe, Johan, medereizigers, bedankt allemaal, ik heb een fantastische reis gehad. Sterker nog, ik beleef het nu, 2 weken later, nog elke dag in gedachten opnieuw. En dan wacht me nog een geweldig karwei: het uitzoeken en monteren van de video-opnames, dat wordt nog een keer genieten!